Bij-vriendelijke aanplantingen langsheen de Dender

vrijdag 16 november 2018
Bijen-vriendelijke aanplanting op 21 april 2018Bijen-vriendelijke aanplanting op 21 april 2018

De voorzitter van Rotary International (jaar 2017-2018), Ian Riseley, riep alle Rotariërs op om verspreid over de gehele wereld minstens 1,2 miljoen bomen te planten. 1 boom per Rotariër.

Rotary club Geraardsbergen is ingegaan op deze mooie duurzame uitdaging #pledgetoplant (tijdens het voorzitterschap van Danny Hellinckx).

 

Bij monde van haar voorzitter 2017-2018, Jacques Van Egten, stelde Rotary club Lessines voor om alle clubs langs de Dender op te roepen en te verenigen, om gezamenlijke aanplantingen te realiseren langsheen die Dender. Een mooi initiatief om de vriendschap te bevorderen overheen Zones, Districten en taalgrenzen.

 

Dit idee werd verder uitgewerkt door Rotary club Geraardsbergen, met coördinator Roger Van Liefferinge. Het is de intentie van de Rotary clubs om dit initiatief te herhalen langsheen de Dender, telkens in samenwerking met meerdere clubs.

 

De eerste schop werd letterlijk gestoken op zaterdag 21 april 2018, met een symbolische aanplanting. Hiermee werd officieel de start gegeven om langs De Dender, tegenover het vliegveld, tussen Overboelare en Deux-Acres een bij-vriendelijke aanplanting te doen op een prachtige weide.

 

Met de bijzondere hulp van Natuurpunt werd en worden de best mogelijke planten, struiken, bomen geselecteerd ter ondersteuning van de bijen en vogels populatie. Alle voorbereidingen en aankopen zijn achter de rug.

 

Op zaterdag 24 november 2018 is het zover. Dan planten we twee bij-vriendelijke houtkanten aan met autochtone bomen en struiken. Er wordt verzameld om 9.00 u aan het Bruggenhuis.

 

De ploeg van Natuurpunt zal tegen dan putten geboord en er een afsluiting rond geplaatst hebben. Alle struiken en boompjes worden door hen ter plaatse gebracht.

Op zaterdag 24 november 2018 zullen alle aanwezigen van Natuurpunt, de lokale imkervereniging "Ons Denderbieken" en de Rotary clubs van Geraardsbergen en Lessen, op die wijze vlot de struiken en boompjes kunnen planten. Iedereen wordt uitgenodigd om een schop mee te brengen. Dankzij de vakkundige uitleg die ter plaatse door Natuurpunt zal gegeven worden, zou de aanplant tegen 11 u afgerond kunnen zijn.


doel

De voorzitter van Rotary International (jaar 2017-2018), Ian Riseley, riep alle Rotariërs op om verspreid over de gehele wereld minstens 1,2 miljoen bomen te planten. 1 boom per Rotariër.

Rotary club Geraardsbergen is ingegaan op deze mooie duurzame uitdaging #pledgetoplant.


financiën

Aantal

Plantnaam

5

Acer campestre

25

Cornus sanguinea

25

Crataegus monogyna

25

Euonymus europaeus

5

Frangula alnus (= Rhamnus frangula)

5

Prunus avium

5

Prunus padus

25

Prunus spinosa

5

Salix caprea

10

Sambucus nigra

5

Tilia cordata

   

Totaal: 140,00

 

 

algemene info


verslagen

MEER INFORMATIE VANWEGE NATUURPUNT (Willem Boonen, conservator Kortelake, 18 november 2018):

Het aanplanten van een bij-vriendelijke houtwal i.s.m. Rotary Geraardsbergen op 24/11/2018.

Bijen, Wilde bijen en Hommels

Bijen vervullen een sleutelrol in de natuur. Ze zijn de belangrijkste bestuivers van wilde planten en heel wat land- en tuinbouwgewassen. Er zijn wilde bijen, dit zijn alle solitair levende soorten bijen en hommels die in de natuur voorkomen, en er zijn de honingbijen. Ik noem ze graag allemaal kortweg ‘onze bijen’. Allemaal zijn ze vegetariërs. De larven eten stuifmeel en de volwassen dieren doen zich tegoed aan nectar uit bloemen. Enkel de solitaire bijen produceren geen honing.

Verarming van ons landschap

Door de intensivering van de landbouw en het gebruik van pesticiden en meststoffen is het aantal wilde planten in het buitengebied sterk achteruit gegaan. Moderne akkers en weilanden bevatten weinig of geen bloemen en voor honingbijen, wilde bijen en hommels is dit nefast. Er zijn meer en meer alarmerende berichten over de achteruitgang van veel organismen zoals ook de bijenpopulaties. Het gebruik van pesticiden, een schrijnend voedseltekort en de ermee gepaard gaande stress zetten de bijenvolken onder zware druk. Hierdoor worden ze vatbaar voor ziektes en parasieten.

Een van de grootste boosdoeners in het pesticidenverbruik is de toepassing van neo-nicotinen. Meer bepaald imidacloprid, een wijdverspreid neo-nicotine, is een product dat 7000 keer giftiger is dan DDT. Deze stoffen worden opgenomen door de plant en vervolgens door de sapstroom door de gehele plant vervoerd. Daardoor is de plant van binnenuit beschermd tegen vraat. Neo-nicotinen komen ook in stuifmeel en in nectar terecht. Soms, en door verkeerd gebruik, komen deze pesticiden in het oppervlaktewater terecht. Wilde planten nemen het gif actief op en geven het dan door aan hun nectar en stuifmeel dat door bestuivende insecten verzameld wordt.

Natuurreservaat Kortelake

In Overboelare ontdek je via het jaagpad een prachtig natuurgebied. Op de rechteroever van de Dender strekt de uitloper van de Oudenberg zich uit tot voorbij de taalgrens. Op zijn flank ligt het Boelarebos en iets verder, op Waals grondgebied, het Bois de Boureng. De linkeroever is een vochtig natuurgebied, Kortelake, en voorbij de taalgrens sluit het aan met het natuurgebied Prés Rosière, het Waalse deel van het natuurreservaat de Rietbeemd.

Kortelake zelf is een komvormige vallei met natte graslanden, houtkanten en knotwilgen. Op de helling van de vallei zijn drogere weilanden en een eikenbos. Het diepste deel van de vallei is moerasbos met wilgen, essen en zwarte elzen. Talloze draineringsgrachten en een paar bronnetjes voeden de Kortelakebeek die lager ligt dan de Dender en er 1,5 km stroomafwaarts in vloeit. Sinds 2003 verwerft Natuurpunt Boven-Dender hier perceeltjes en de teller staat momenteel op 48 ha. Op 12 april 2007 erkende de Vlaamse Overheid Kortelake als natuurreservaat.

Houtwallen

Door verschillende beheersmaatregelen te nemen tracht Natuurpunt Boven-Dender de biodiversiteit van het natuurgebied te verbeteren. Zo was bijvoorbeeld het aanplanten van houtkanten met sleedoornstuiken, een tiental jaren geleden, een schot in de roos. In enkele jaren tijd was in Geraardsbergen en omstreken het grootste aantal eitjes van de sleedoornpage, een steeds zeldzamer wordende vlinder, te vinden. Maar behalve vlinders krijgen ook onze bijen meer overlevingskansen door de diversiteit van struiken en boomsoorten die Natuurpunt aanplant. Daarom is het initiatief van Rotary Geraardsbergen om bij-vriendelijke houtkanten met streekeigen en autochtone struiken en bomen aan te planten hoopgevend.

Struik- en boomsoorten die we zullen aanplanten in Kortelake

Acer campestre (veldesdoorn)

Cornus sanguinea (rode kornoelje)

Crataegus monogyna (eenstijlige meidoorn)

Euonymus europaeus (kardinaalsmuts)

Frangula alnus (= Rhamnus frangula) (sporkehout of vuilboom)

Prunus avium (zoete kers)

Prunus padus (gewone vogelkers)

Prunus spinosa (sleedoorn)

Salix caprea (boswilg of waterwilg)

Sambucus nigra (gewone vlier)

Tilia cordata (winterlinde of kleinbladige linde)

 

 

Een woordje uitleg

  1. Wilg

    Dit is de meest gastvrije boom die er bestaat. Er zijn wel 300 soorten wilgen maar ze hebben allemaal dezelfde eigenschap; er zijn bomen met alleen mannelijke bloemen en bomen met alleen vrouwelijke bloemen. De bloemen komen als eerste van alle bomen aan de boom in de vorm van katjes waarbij de vorm van de katjes, zowel bij vrouwelijke als bij mannelijke katjes, hetzelfde is.

    Bijen bezoeken de wilg vroeg in het voorjaar om er nectar (uit de vrouwelijke bloemen) en stuifmeel (uit de mannelijke bloemen) te halen. Aan hun achterpoten kleven dan dikke bolletjes met stuifmeel en daarmee komen ze dan op de stamper van de vrouwelijke bloemen. Op die manier vindt de bevruchting plaats. Bij bomen en planten spreken we dan van bestuiving. Wilgen zijn hiervoor helemaal op insecten aangewezen.

  2. Sleedoorn

    Terwijl de meeste bomen nog proberen om uit hun winterslaap te ontwaken staat de sleedoorn al in volle bloei. Het is geen hoge boom maar een struik, ideaal voor houtkanten. De tere witte bloempjes staan afzonderlijk of soms per twee aan de twee jaar oude takjes. De sleedoorn bloeit als de wilgenkatjes van de wilgen gaan verdwijnen. Dat betekent dat de bloemen nu druk bezocht worden door onze bijen.

  3. Zoete kers

    Boskriek wordt hij ook genoemd. De bloemen staan meestal per twee of per drie bij elkaar. Door kruisbestuiving groeien er veel zoete kersen aan de boom maar daarvoor moeten er wel verschillende zoete kerselaars aangeplant zijn. Voor de kruisbestuiving zorgen onze bijen.

  4. Eenstijlige meidoorn

    De meidoorn is waarschijnlijk wel de meest gekende struik van ons land. Met 16 of meer bloemen aan een tros bloeien de meidoorns overvloedig en al vanaf half mei. Wit en geurend en met slechts één stijl, soms eens twee, omgeven door helder roze en later paarse helmknoppen lokken ze talloze insecten.

  5. Linde

    De kleinbladige linde of ook nog winterlinde genoemd is een boom die bij ons een beetje vergeten en bijgevolg zeldzaam in onze bossen is, maar hij is echt een inheemse boom. Hij groeit graag op vochthoudende goede grond en zijn korte, dichte groepjes van 5 tot 10 rechtopstaande bloempjes bloeien begin juli. Dan gonst het letterlijk en figuurlijk van de bijen die er in grote aantallen op af komen.

  6. Rode Kornoelje

    Deze middelgrote struik bloeit in mei met roomwitte bloemschermpjes. Het is een zeer goede waardplant voor onze bijen en hij gedijt goed in houtkanten. Hij heeft ook nog een gele broer, de Gele Kornoelje.

  7. Gewone Vlier

    Wie kent er niet de vlierstruik met zijn zeer sterk ruikende geel-witte rechtopstaande bloemtrossen die in juni en juli uitbundig bloeien. Massa’s insecten, waaronder onze bijen, profiteren van dit feestmaal en verzamelen volop pollen. De vlier groeit zowel op schaduwrijke als op zonnige plaatsen en heeft geen voorkeur voor een bepaald bodemtype. Een kanjer van formaat dus.

  8. Veldesdoorn

    Ook nog wel Spaanse aak genoemd is inheems in ons land en groeit op zware vochthoudende grond. De geelgroene bloemen komen gelijk met de bladeren en bloeien vanaf eind april tot half mei. Ze staan met 10 in een rechtopstaand ijl hoofdje en lokken tal van insecten.

  9. Kardinaalsmuts

    Deze struik valt niet op door zijn tweehuizige bloemen maar wel door zijn fel oranje gekleurde vruchten die aan de muts van een kardinaal doen denken. Vandaar zijn naam. De onopvallende bloempjes zijn klein en bleekgroen en soms vind je struiken met mannelijke en vrouwelijke bloemen. Ze hebben dan zowel meeldraden als stampers. Maar eigenlijk is dat allemaal niet zo erg. Wat je moet weten is dat de bestuiving door insecten gebeurt. Door de kruisbestuiving die er dan ontstaat kunnen de zaden goed tot ontwikkeling komen. Kardinaalsmutsen groeien bijna overal: langs wegen, bosranden, sloten en beken en zelfs in de duinen.

  10. Sporkenhout

    De vuilboom of sporkenhout is een dankbare struik voor onze bijen om aan te planten. Als hij een standplaats krijgt waar hij zich goed voelt, dan bloeit hij uitbundig van begin mei tot eind september en je kan hem dus beschouwen als de marathonloper onder de bloeiende struiken en bomen. Onze bijen bezoeken hem van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Ook de citroenvlinder vindt in deze boom een waardplant en zonder hem is haalt hij het niet.

--------------------------------------

MEER INFORMATIE VANWEGE IMKERVERENIGING "ONS DENDERBIEKEN" (Koen De Taeye, bestuurslid, 19 november 2018):

Ons Denderbieken stelt zich tot doel het imkeren in de gemeenten Brakel, Lierde, Herzele, Geraardsbergen, Galmaarden en Herne te beschermen en bevorderen. Een andere doelstelling is het ontwikkelen van de kennis van haar leden. Hiervoor organiseert de vereniging tal van voordrachten en werksessies. Theoretische lessen en voordrachten gaan door in het Natuur- en Milieueducatiecentrum “De Helix”, praktijklessen op een stand van een van de (bestuurs)leden. De leden ontvangen tienmaal per jaar het maandblad van de Konvib en onze eigen nieuwsbrieven.

 

HET BESTUUR: Michel Mignon (voorzitter) - Frans Vanden Bosch (ondervoorzitter) - Kris Delhaye (ondervoorzitter) - Ward Bijl (secretaris-penningmeester) - Arnout Deurinck (materiaalmeester) - Koen De Taeye (bestuurslid) - Wim Wittebrood (bestuurslid).

www.onsdenderbieken.be

http://www.onsdenderbieken.be/wp-content/uploads/2018/09/Ons-Denderbieken-Nieuwsbrief-20183.pdf

Honingbijen zijn voor hun voedsel (nectar en stuifmeel) volledig afhankelijk van planten. Het foerageergedrag en de voorkeur voor gewassen hangt af van de behoefte in het volk en de aantrekkelijkheid van het gewas als nectar- en stuifmeelbron. Het foerageergedrag wordt voortdurend aangepast aan de beschikbare dracht en de behoeften van het bijenvolk.
Honingbijen leven in volken die variëren in grootte van ~7000 individuen in het voorjaar (maart) tot 20 000 à 30 000 in de zomer en weer afnemend in oktober. In het actieve foerageer- en broedseizoen is een derde tot een vierde deel foerageerster (haalbij). In de loop van een seizoen halen de bijen ten behoeve van het volk 25 kg water,
20 - 30 kg stuifmeel, 125 kg nectar en kleine hoeveelheden hars (propolis).
Voor het halen van deze voedselcomponenten vliegen bijen tot 2 km voor water, tot 6 km voor stuifmeel en tot 12 à 13 km voor nectar. Meestal zullen de vluchten echter beperkt zijn tot 600-800 meter.
De foerageerafstanden zijn in de zomer (juli – augustus) langer dan in het voorjaar (maart – mei). Met andere woorden, in het voorjaar wordt het voedsel in een kleiner gebied verzameld dan in de zomer. Het risico dat bijen aan een bespuiting zullen worden blootgesteld zou daarom na half juni hoger kunnen zijn dan in het voorjaar. Maar aan de andere kant zijn dan de meeste bespuitingen met insecticiden achter de rug. Het risico van blootstelling aan een insecticide is hoger in een gewas met een goed nectar- (hoeveelheid en suikerconcentratie) en stuifmeelaanbod. Foerageersters vliegen per dag gemiddeld 10 keer uit om voedsel te verzamelen, elke trip kan van een paar minuten tot een uur duren. Door communicatie via de bijendans en trophallaxis (voedseluitwisseling) wordt de keuze voor het benutten van een bepaalde dracht sterk gestuurd. Dat betekent dat bijen zich niet homogeen verdelen over het drachtgebied maar focussen op de meest profijtelijke drachten. 
Bijenvolken van een bijenstand verdelen zich niet allemaal gelijk over het drachtgebied; verschillende volken bezoeken deels verschillende en deels overlappende drachten.
De nectar die binnengebracht wordt, wordt binnen enkele uren verdeeld over het volk; foerageersters gebruiken het als brandstof voor nieuwe foerageervluchten, het komt in het larvenvoedsel terecht en het meeste wordt opgeslagen. Vaste deeltjes zoals fijnstof en microbiële plantpathogenen verdelen zich snel over de bijen in het volk door fysiek contact.